Dansen over architectuur
Elvis Costello schijnt eens te hebben gezegd: “Writing about music is like dancing about architecture – it’s a really stupid thing to want to do.” Met andere woorden: muziek is muziek, dat moeten we niet in slechts woorden willen vangen. Woorden doen muziek tekort. Toch doen we het, en het zou van bitterheid getuigen om te stellen dat het schrijven over muziek geheel zonder verdienste is, al legt Costello’s opmerking wel een zwakte bloot.
In gebruik van rede bedienen wij ons van taal terwijl we verdomd goed weten dat die taal niet aan al het kenbare uiting kan geven. Het is daarom dat de goede literator wordt geroemd, niet om de hoeveelheid boeken die hij schrijft, maar om zijn vermogen om enkel met woorden diepe menselijke emoties te beschrijven. Aldus is een goed politicus niet iemand die de samenleving het meest rationeel inricht, maar hij die met zijn woorden het diepste wezen van zijn gemeenschap raakt.




Zou het onmogelijk zijn over andere kunst-uitingen te spreken omdat schrijven tot literatuur behoort en musiceren tot muziek? Als dit het geval zou zijn, is er dan überhaupt nog discussie, meningsvorming of uitwisseling mogelijk? De uitspraak van Elvis Costello klinkt voor mij dus ook als die van een cultuur die zichzelf moe is een geen zin meer heeft in zowel discussie, meningsvorming of uitwisseling.
Het is belangrijk de transcendentie achter de taal te vinden. Dit is door grote figuren als Paulus van Tarsus, Augustinus, Thomas van Aquino, Dante, George Steiner of Noam Chomsky uiteengezet.
Taal is niet arbitrair. Zij kan een werkelijkheid van elders verwoorden voor zover men bereid is om méér erin te steken dan louter persoonlijke meningen.
Het kenbare dat woorden overstijgt wordt gewaarborgd door de apofatische theologie, maar dat neemt niet weg dat taal wel degelijk andere werelden en cultuuruitingen kan beschrijven en in die zin emoties kan beschrijven en meedelen.