Als één onderwerp de discussies rondom Prinsjesdag domineerde, dan was het wel het twintigtal ambtelijke commissies dat het kabinet wil inzetten om te studeren op allerhande bezuinigingsmaatregelen. De oppositiepartijen voelden zich - terecht - buiten spel gezet. Pechtold, Rutte en Halsema waren niet bij de interruptiemicrofoon weg te slaan. Vraag is natuurlijk wel of zij het dan wel anders hadden gedaan. Een politiek die zich vrijwel enkel bezighoudt met economische vraagstukken is per definitie een politiek die meent op basis van rationaliteit te werken - dat typeert onze vaderlandse politiek. Kan een dergelijke politiek wel zonder ambtelijke commissies?

Rationaliteit is het kernbegrip dat de hedendaagse Westerse cultuur - en daarmee de Nederlandse - kenmerkt. Met hun moderne wetenschappen en liberaal-democratische staatsinrichting menen Westerlingen het antwoord op eeuwenoude vragen te hebben gevonden. Wanneer mensen redeneren op basis van hun eigen ratio, en samenleving worden ingerichten volgens rationele, logische principes zal van oorlog, armoede en achterlijkheid geen sprake meer zijn. Geheel naar analogie van Herbert Butterfield’s “Whig interpretation of history”.

Dat het inrichten van de samenleving volgens rationele principes een aangelegenheid van de Verlichtingsdenkers is, dat zullen weinigen betwisten. Het Lockeaanse sociaal contract en Montesquieu’s driemachtenleer zijn daarvan goede voorbeelden. Maar ik meen dat deze tendens al voor de Verlichting waarneembaar is. Al tijdens de Renaissance (ongetwijfeld niet toevallig samenvallend met een meer mensgericht, humanistisch wereldbeeld) zien we dat Europese dynastiëen hun macht versterken in alsmaar meer gecentraliseerd aangestuurde statelijke eenheden.

Goed voorbeeld van deze machtcentralisaties zijn Ferdinand II van Aragón en Isabella I van Castilië, los Reyes Católicos, met wiens huwelijk de basis voor de eenheid van Spanje werd gelegd. ‘Hun’ Spaanse Inquisitie is in dat licht wellicht zelfs meer aan te merken als een terreurcampagne ten behoeve van de politieke agenda van het katholieke paar, dan als enkel religieuze vervolging. Dat zou tevens de Nederlandse onafhankelijkheidsstrijd in een ander daglicht stellen: er werd dan immers niet slechts voor religieuze tolerantie gevochten (hetgeen zo mooi in de ‘Whig interpretation of history’ zou passen) maar er was ook gewoon sprake van een ordinaire politieke machtsstrijd toen met Alva de inquisitie voet aan Nederlandse bodem leek te hebben gezet. Dat zou ook een betere visie geven op het ongemakkelijke feit dat ondanks de vermeende en bejubelde religieuze tolerantie die op die strijd in de Nederlanden volgde, katholieken in de Nederlanden vervolgens als meerderheid een minderheidspositie innamen onder protestants juk.

De nobel klinkende leuzen van de Verlichting verhullen bovengenoemde vroege aanzetten tot machtscentralisatie. Het is immers op die macht dat de philosophes voortborduurden: hoe kon anders immers het klootjesvolk uit hun achterlijkheid worden bevrijd middels verplicht openbaar onderwijs en hoe kon anders de machtspositie van de katholieke kerk worden aangepakt? Daarvoor heb je nu eenmaal een groot en machtig apparaat nodig. Vanuit dit perspectief was Napoleon Bonaparte ook geenzins een betreurenswaardige reactie op onfortuinlijke Jakobijnse terreur; maar eerder een zeer logische volgende stap in de rationalisering van de samenleving.

Waar diep religieuze sentimenten en persoonlijke loyaliteit nog deel uitmaakten van de machtsbasis van Ferdinand en Isabella, zo maakten bureaucratie en ambtenarij deel uit van de machtsbasis van Napoleon. Wat de persoonlijke loyaliteit van lagere adel overigens compleet overbodig maakte (en waarmee iedere vorm van plaatselijk verzet tegen machtscentralisatie verschrompelde) was de invoer van de schatten van de overzeese koloniale gebieden. Die rijkdom verschafte machtshebbers de luxe om eigen legers en bureaucratiëen op te tuigen zonder daarbij gebruik te maken van een stelsel van persoonlijke loyaliteit dat stamde uit de middeleeuwen. Feodalisme heeft in onze moderne, rationele tijd niet voor niets een nare bijsmaak. Feodalisme is immers de tegenhanger van een rationele bureaucratisch ingerichte samenleving.

Wie de samenleving wil inrichten op basis van rationele principes (en denken buiten een dergelijk kader is in de moderne tijd een noviteit te noemen) zal moeten erkennen dat daaruit volgt dat expertise onvermijdelijk een belangrijke bron van autoriteit wordt. Met expertise doel ik dan op kennis van zaken, of het nu gaat om infrastructuur of immigratie, het beheren van een computernetwerk of het maken van wetten. Een samenleving ingericht volgens rationele principes wordt daarmee per definitie een complexe samenleving maar zal, omwille van het rationele aspect, wel volledig volledig te doordenken en dus te controleren moeten zijn. Op het moment dat die kenbaarheid en controleerbaarheid weg zou vallen, zou immers ook het rationele aspect in de samenleving daarmee wegvallen.

Max Weber’s classificatie van vormen van autoriteit illustreert de hierboven aangehaalde vernauwing in modern denken. Een samenleving welke langs rationele weg is ingericht acht autoriteit op basis van wat Weber ‘rationeel-legalistische’ basis noemde hoog, in tegenstelling tot de twee andere vormen van autoriteit die Weber onderkende: de charismatische en de traditionele. Nu is de charismatische vorm van autoriteit sinds de Tweede Wereldoorlog in een kwade reuk komen te staan, het beeld van een blérende Hitler omringd door duizenden uitzinnige nazi-sympatisanten staat inmiddels generanties in het geheugen gegrifd. De traditionele autoriteit was al lang daarvoor vertrappeld door de opmars van de revolutie.

Terug naar het Den Haag. De kredietcrisis is zondanig voortgewoekerd (hoort u vice-premier Bos ook nog zeggen dat de malaise Nederland wel voorbij zou gaan?) dat het kabinet het ook even niet meer weet. Nee, een dergelijke complexe situatie vraagt om goed nadenken. Geen overhaaste maatregelen. Daarom stelt het kabinet een twintigtal ambtenarencommissies aan. Daarmee verschuift de besluitvorming van politiek naar ambtenarij; nog verder dan voorheen het geval was. Want zeg nu zelf: zijn de vele volksvertegenwoordigers vaak feitelijk niet meer dan politieke ambtenaren, met hun voorliefde voor details, beleidsnotities en commissies?

Verschillende economen juigden het besluit van het kabinet om ambtelijke commissies in te stellen toe. Maar is zulks niet gewoon typisch voor een expert? Is dat niet gewoon preken voor de eigen parochie? Natuurlijk vind een expert technocratisch beleid de voorkeur verdienen; zijn legitimiteit hang er vanaf.

Ondertussen staat de oppositie erbij en kijkt ze ernaar. Het moderne gedachtegoed dat rationaliteit en expertise in het zadel heeft geholpen is eigenlijk ook hun gedachtegoed. Balkenende’s verweer dat de huidige manier van opereren van het kabinet een zeer gebruikelijke manier is, snijdt dan ook wel degelijk hout.

Als iets alle Haagse politieke partijen verbindt dan is het wel hun voorliefde voor technocratische beleidsvoering. De enkeling die daarin niet geheel meegaat is immers een paria die de onderbuikgevoelens van het volk bespeelt. De politieke elite heeft het idee dat zonder hen het Nederlandse volk in Hobbes’ natuurtoestand terugvalt: solitary, poore, nasty, brutish, and short.

Een rationeel ingerichte samenleving is gedoemd te verworden tot technocratie. Plato’s koning-filosoof zal moeten heersen. De volkssoevereiniteit en democratie delven het onderspit, juist omdat de culturele bodem daarvoor is weggeslagen. Op enkel rationaliteit kan enkel technocratie worden gebouwd. Vrijheid kent klaarblijkelijk andere fundamenten.

Reageer!