Tot ideaal vervallen
Is het huwelijk enkel een contract? Velen menen van wel, anderen vrezen daar juist voor. Mr. Ter Heide, rechter te Arnhem, meent echter dat het nog minder is dan dat. Een praktijkcasus van de degeneratie van het huwelijk.
Op 15 april 2009 spreekt mr. Ter Heide zijn oordeel uit over een eis van een bedrogen man. De man heeft na een flitsscheiding een DNA-test laten uitvoeren waaruit bleek dat hij niet de biologische vader is van zijn zoon, verwekt bij de ex-vrouw ten tijde van het huwelijk tussen de twee. Met de uitslag van de DNA-test geconfronteerd, bekende de vrouw met een ander het bed te hebben gedeeld en daarop zwanger te zijn geraakt.
Samenvattend eist de man schadevergoeding van zijn vrouw omdat zij onrechtmatig jegens hem zou hebben gehandeld. Daartoe voert de man artikel 1:81 van het Burgerlijk Wetboek aan, welke bepaalt: “Echtgenoten zijn elkander getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. Zij zijn verplicht elkander het nodige te verschaffen”. Hieruit volgt dat echtgenoten elkaar huwelijkse trouw zijn verschuldigd maar volgens de rechter moet hier worden aangenomen dat dit slechts een ideeële verplichting betreft die niet in rechte afdwingbaar is. Van een schadevergoeding op basis van onrechtmatige daad kan dus geen sprake zijn, er is immers niet gehandeld in strijd met een wettelijke plicht (dit, volgens mr. Ter Heide, omdat anders de ideeële plicht alsnog een rechtens afdwingbare eis zou worden).
Meent de rechter hier dan soms dat vreemdgaan de norm is? Nee. In zijn uitspraak stelt hij dat “kan worden aangenomen dat de norm van huwelijkstrouw binnen de maatschappij breed gedragen wordt”. Dus handelde de vrouw door haar buitenechtelijke seks in strijd met het ongeschreven recht van wat in het maatschappelijk verkeer als betamelijk wordt gezien? Volgens mr. Ter Heide niet. Want – nu komt het – “de beslissing met wie een mens al dan niet seksuele gemeenschap heeft is - mits binnen de grenzen van het (straf)recht wat betreft onder meer leeftijd en consensualiteit – uiteindelijk een hoogstpersoonlijke keuze, waaraan een ander geen rechtens afdwingbare aanspraken kan ontlenen, ook niet de echtgenoot”.
Paradoxaal is het huwelijk dus tot een ideaal vervallen. Het is namelijk door deze uitspraak enkel nog een ideaal. Conservatieven mogen klagen over het moderne contractdenken maar de situatie is schrijnender. Als het huwelijk daadwerkelijk als overeenkomst in wettelijke zin zou worden aangemerkt had de vrouw op basis van haar wettelijke plicht tot getrouwheid door vreemd te gaan immers wanprestatie gepleegd en was zij dus schadeplichtig geweest. Juristen vechten dagelijks dit soort claims uit, daar is niets uitzonderlijks aan. Ikzelf heb inmiddels ook al de nodige schadeclaims meegemaakt, maar ik kan me geen geval voorstellen waarin de aansprakelijk gestelde partij zich op de ideeële betekenis van de afgesproken prestatie zou beroepen. Het zou volstrekt belachelijk zijn.
Ook juridisch gezien acht ik de motivatie van de rechter tekortschieten. Mr. Ter Heide veroorlooft zich de vrijheid als rechter zijnde de juridische status van het huwelijk in te vullen, wellicht zelfs te wijzigen. De wettelijke verplichting tot huwelijkstrouw, zoals vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek, is immers door deze uitspraak tot een dode letter gereduceerd. Heeft de rechter hiermee zijn grenzen overschreden en is hij hiermee op de stoel van de wetgever gaan zitten?
Mr. Ter Heide had wel degelijk een andere optie. Hij had de wettelijke eis van getrouwheid als inspanningsverplichting kunnen aanmerken. In het recht staat de inspanningsverplichting tegenover de prestatieverplichting. Bij een inspanningsverplicht is de schuldenaar weliswaar verplicht zich in te spannen maar niet kan deze niet gehouden worden tot een bepaalde prestatie. De rechter had zich daarbij – al dan niet impliciet – op heel wat modebestendiger denken kunnen beroepen dan de grillige modeopvattingen over huwelijk en seksualiteit van soixante-huitards. De rechter had kunnen oordelen dat de vrouw weliswaar haar wettelijke verplichting had verzaakt maar zij als mens nu eenmaal imperfect is en neigt naar het kwade. De morele afwegingen van de vrouw komen in de uitspraak ruimschoots aan bod en met de nodige creativiteit (al dan niet op basis van de eveneens wettelijk vastgelegde eis van redelijkheid en billijkheid) had hij daarop alsnog schadevergoeding kunnen afwijzen. Dan was in ieder geval de wettelijke verplichting tot getrouwheid gespaard gebleven en enkel in onderhavige casus daarop wegens omstandigheden een uitzondering gemaakt.
Wat mij betreft was de bedrogen echtgenoot wel schadevergoeding toegewezen. In strikt juridisch opzicht is daar niets mis mee. Er was een verbintenis en de vrouw is toerekenbaar tekortgeschoten. Dat hoeven geen malle bedragen te zijn, de door de man in kwestie geëiste vergoeding voor DNA-onderzoek en therapie lijken mij sowieso allezins redelijk. Bovendien is het moreel gezien ook de juist beslissing. Het huwelijk is immers meer dan alleen een contractuele verbintenis, daarom moet juist die juridische ondergrens worden beschermd.
De enorme heisa die in de Verenigde Staten te doen is over benoemingen van rechters lijkt ons vaak wereldvreemd over te komen. Ons vertrouwen in rechters is veelal geschaad door de bizarre lage straffen die zij veelal uitdelen aan moordenaars en verkrachters – niets minder dan uitlokking tot eigenrichting mijn inziens. Een enkeling ziet verder dan dat en heeft kennis genomen van de vele rechterlijke blunders. Maar dat middels rechtspraak een hyperindivualistische subcultuur van een intellectuele bovenlaag aan mensen wordt opgelegd die nog niet hun gezond verstand zijn verloren, dat beseft zich maar een enkeling. Vrouwe Justitia moet worden behoed; zij is niet de dienstmaagd van progressieve hosanna.
Uitspraak: Rechtbank Arnhem, 15 april 2009, LJN BI2224, rolnummer 168738




Het huwelijk is nog steeds een medogenloos contract, maar op slechts een enkel punt; financieel met name :de alimentatie.
Terwijl uit de omschrijving vd wet juist het immateriele wordt benadrukt, mag een partij, in de practijk, de vrouw, haar deel vh contract eenzijdig opzeggen, de man zal door de rechter toch verplicht worden financieel “de vrouw het nodige te blijven verschaffen” In strijd met het gewone recht mag hier een partij het contract opzeggen, terwijl andere partij gehouden blijft aan het contract. Dit is “rechterrecht” die niet conform letter en geest der wet is.
Alle immateriele verplichtingen worden door alle rechters met draairedeneringen terzijde geschoven, zoals ook in dit vonnis.