Geest van het liberalisme

Eugène Delacroix - La liberté guidant le peuple

Is het liberalisme van D66′er Boris van der Ham fout liberalisme? En dat van VVD’er Joshua Livestro goed liberalisme? De vrienden van De Dagelijkse Standaard zijn er nog niet helemaal uit. Wat zegt het over de eigen beginselen als een loot van dezelfde boom zo radicaal afwijkt? Kunnen we eigenlijk nog wel spreken over het liberalisme als een vrijheidsideaal nu het uitgekristalliseerd tot een totalitaire ideologie?

“Misschien heeft lezer Ronald Vliegen dan toch gelijk met zijn opmerking dat dogmatisch liberale opvattingen als de uwe uiteindelijk niet te verzoenen vallen met de notie van een vrije samenleving. Het is wat mij betreft een zorgwekkende constatering”, aldus Livestro in een repliek aan Van der Ham. In de opmerking  waar Livestro naar verwijst stelde ik dat de tegenstelling tussen goed en fout liberalisme niet houdbaar is. Wellicht is Van der Ham’s liberalisme verstrekkender, in Pudels Kern is het nog steeds hetzelfde liberalisme.

Livestro stelt dat een goed liberalisme streeft naar een vrije samenleving, fout liberalisme streeft naar een liberale samenleving. Het verschil zit hem in de uitwerking. Het goede liberalisme zou aan eenieder vrijheid gunnen, het slechte liberalisme zou alleen aan liberalen vrijheid gunnen door eenieder moderne liberale dogma’s op te leggen.

Onbeantwoord blijft wat liberalisme nu eigenlijk is. Voor Livestro noch Van der Ham lijdt het enige twijfel dat de politieke doctrine die zij beiden aanhangen liberalisme moet heten. Maar wat is dan toch het grondbeginsel waaruit uiteindelijk zulke verschillende conclusies worden getrokken? Dat komt omdat de koppeling tussen liberalisme en vrijheid als een verhullende sluier fungeert.

Vrijheid is namelijk niet het belangrijkste dat liberalisme ons wil brengen. Het grondbeginsel, de axioma zo u wil, van het liberalisme is uiteindelijk gelijkheid. Het is op basis van gelijkheid dat mensen vrij zouden moeten zijn, het is gelijkheid dat mensen waardig voor vrijheid maakt. Andersom kan immers niet: vrijheid zou dan leiden tot ongelijkwaardigheid en op haar beurt resulteren in onvrijheid.

Hoe komt het dat vrijheid zo paradoxaal in ongelijkwaardigheid en onvrijheid eindigt? Omdat mensen van nature niet gelijk zijn. Talenten zijn niet gelijk verdeeld. De plaats van onze geboorte hebben wij niet gekozen. Onze afkomst en opvoeding zijn evenmin het resultaat van vrije keuze. Vrijheid tempert zulke verschillen tussen mensen niet. Vrijheid benadrukt ze juist. 

Waarom heeft het liberalisme dan toch wortel kunnen schieten? De vrijheid van het individu op basis van zijn gelijkwaardigheid is immers een draad die allerhande uiteenlopende Westerse filosofieën en politieke visies aan elkaar rijgt. Hoe kon een filosofie zo paradoxaal zulke successen boeken?

Het antwoord ligt in wetenschappelijke voortuitgang. Niet toevalligerwijs vallen de geboorte van het liberalisme en de geboorte van moderne wetenschap samen.

De opmars van de moderne wetenschappen sinds de zestiende en zeventiende eeuw na Christus begon aanvankelijk in religieuze tot zeer religieuze hoek. Galilei, Newton, Bacon, Pascal: allen onmisbaar voor een goed begrip van hedendaagse wetenschap en ook allen religieus. De veranderingen in wetenschappelijk denken die zij bewerkstelligden, maakten echter ironisch genoeg de weg vrij voor a-religieuze en anti-religieuze sentimenten.

De wetenshappelijke focus werd verlegd van deductief naar inductief onderzoek; van kwalitatief naar kwantitatief kennen. Moderne wetenschap gaat over het tastbare en het meetbare, al het andere is overgelaten aan theologie of een soort esoterische filosofie. Die specialisatie maakte een ongekende wetenschappelijke vooruitgang mogelijk maar wakkerde tevens een schraalheid in denken aan.

De mens werd verheven tot middelpunt van zijn eigen wereld, een wereld die bestond uit enkel het zintuigelijk waarneembare. Voor zover het subject van onderzoek niet tastbaar was, werd het alsnog aan eenzelfde wetenschappelijke methode onderworpen: de sociale studies maakten hun entree. Locke’s sociaal contract, Hume’s utilitarianisme en Montesquieu’s driemachtenleer zijn daarvan de vruchten.

Een statische wereld van vaste rolpatronen, tradities en gebruiken werd opeens fluïde en kneedbaar. Althans, zo leek het. Het liberalisme sluimerde al langer in Westers denken maar nu was daar de tijd daar dat zij op de voorgrond kon treden.

Natuurlijke ongelijkheid kon worden opgelost. Sociale studies ontwikkelden blauwdrukken van samenlevingen waarin eenieder gelijk en dus vrij kon zijn. De natuurwetenschappen maakten het mogelijk dat de mens deze gelijkheid af kon dwingen, zelfs ten koste van zijn eigen natuur. Voor zover oude machtshebbers nog in de weg stonden, maakten gewelddadige revoluties daar wel korte metten mee. Het liberalisme is veel schuldig aan deze ontwikkelingen.

Vanaf haar geboorte was het liberalisme dus een ideologie van vernietiging. Zonder vernietiging geen gelijkheid, zonder gelijkheid geen liberalisme. Dat is het axioma van zowel Livestro’s als Van der Ham’s liberalisme.

Het liberalisme van Van der Ham en zijn D66 borduurt voort op de hierboven geschetste ontwikkelingen. Steun aan biotechnologie is geen probleem, het zal immers biologische verschillen tussen mensen wegnemen. Steun aan abortus is geen probleem, het maakt de vrouw immers gelijk aan de man. Het versoepelen van ontslagrecht is geen probleem, het maakt de werkende mens gelijk aan de niet-werkende mens. Et cetera.

Nu is het waar dat Livestro’s liberalisme daar goeddeels niet bij aansluit. Maar wellicht is dat slechts schijn. De klassieke liberaal van Livestriaanse snit meent met zijn laissez-faire economie en kleine overheid meer gelijkheid tussen mensen te scheppen in economische zin. Maar als het gaat om morele en ethische kwesties blijkt zulks niet afdoende. Om toch de schijn van vrijheid op te houden onderwerpt hij eenieder aan dezelfde veiligheidscontroles, dezelfde inburgeringscursus, hetzelfde openbaar onderwijs. Het liberalisme als een kleurplaat waarin ieder naar eigen smaak zijn leven mag inkleuren blijkt dan niet langer houdbaar.

Soit, de uitwerking is anders. Maar zeg nu zelf: dat is slechts een vergelijking naar de letter. De geest van het liberalisme blijft hetzelfde.

4 reacties

    Onder het vallen
    dacht de appel eindelijk vrij
    nu ligt hij daar rot!

  • Mooie Haiku. Wat is de bron?

  • *steekt duim op*

  • @ Ronald: hm, interessant hoor. Ik ben overigens gewoon conservatief, maar dat doet niets af aan de kracht van je analyse.

Reageer