Over Darwin en darwinisten

Tijdens een recent bezoek aan het Natural History Museum in Londen was een beeld van Charles Darwin een prominente plek gegeven in de welkomsthal, bovenaan een trap. Of dat dit beeld er altijd staat of speciaal door het museum daar is geplaatst weet ik niet, maar de prominente verschijning zou zomaar eens te maken kunnen hebben met – wie heeft het kunnen missen? – het feit dat 2009 is uitgeroepen tot het jaar van Darwin. Het is immers 200 jaar geleden dat Darwin werd geboren en 150 jaar geleden dat zijn meest befaamde werk, ‘On the origins of species’ uitkwam. Hoewel ik een grote liefde heb voor een vurig debat, krijg ik van de clichématige discussies tussen zogenaamde creationisten en darwinisten steevast een vieze smaak in de mond. En hoewel de ganse liberale goegemeente met een grote vanzelfsprekendheid eenieder die kritisch ten opzichte van de evolutietheorie staat als ‘christenhond’ afschildert vormt mijn grootste bron van ergernis nu juist de tegenpartij, de zelfbenoemde darwinisten met hun ideologisch gedram in naam van de wetenschap.

Onlangs nog was bioloog Midas Dekkers te gast bij Pauw en Witteman alwaar hij een erg geforceerde discussie had met Johan Huibers, de meneer die onlangs de Ark van Noach nabouwde. Dekkers constrateerde daar natuurlijk als atheïstische natuurwetenschapper met de gelovige Huibers en zijn letterlijke interpretatie van het Oude Testament. De zweverige praatjes van Huibers en het nonchalant stoere geklets van Dekkers vermaakte het in de studie aanwezige publiek kostelijk. Persoonlijk vond ik het een drama.

Nu is Huibers niet echt mijn type. Ondanks mijn grote voorliefde voor het christendom in zowel historisch, filosofisch en cultureel opzicht kan ik in een discussie weinig met liefkozend gepraat over de liefde van god. Nu wil ik Huibers zijn zweverigheid wel vergeven. De goede man uit zich ondanks zijn absolute claims op de waarheid (die wij overigens allen koesteren en niet alleen een voorrecht van religieuze mensen zijn) als een voorbeeldig tolerant burger. Volgens Huibers moeten kinderen onderwezen worden in zowel evolutietheorie als het scheppingsverhaal opdat ze zelf een keus kunnen maken. En aan een videoclip op MTV waar de evolutietheorie wordt uitgebeeld kan Huibers zich niet storen.

Hoe anders is Midas Dekkers. Bespotten, beschimpen en weglachen behoren tot zijn discussietechnieken. Daarbij ontpopt Dekkers zich als schandvlek van de wetenschap en niet alleen vanwege zijn geringe discussievaardigheden. Wanneer Huibers stelt dat de evolutietheorie geen hiernamaals kent en dat een gemis is, reageert Dekkers als volgt: “Dat is ook de pest. Daarom zijn er ook zoveel mensen die niet in de evolutietheorie… (Dekkers slikt hier zijn woorden in, hij beseft zich dat het woord ‘geloven’ gebruiken koren op de molen van Huibers zou zijn. RV), die daar niks van willen weten. Omdat het nogal een chagarijnige theorie is. Het is een chagarijnige theorie. We zijn helemaal… om geen enkele reden is de wereld ooit ontstaan. En die wereld die is nu gaande. En ja, daar zitten we maar mee. Maar god zij gelooft zij geprezen is die dadelijk afgelopen en dan zijn we geen steek opgeschoten. Dat is de korste samenvatting van de evolutietheorie”. Dekkers degradeert Darwin tot een nihilist die met zijn evolutietheorie niet een verklaring voor het ontstaan van soorten gaf maar met die theorie vooral de doelloosheid en de zinloosheid van het bestaan zou hebben aangetoond.

Victor Spoormaker doet het in een blog voor Elsevier.nl al niet veel beter, al berokkent hij de reputatie van Darwin als respectabel natuurwetenschapper niet de schade zoals Dekkers dat doet. Spoormaker is psycholoog en onderzoeker aan een Duits psychiatrisch instituut. Geheel juist stelt hij dat “de wetten van de evolutie niet immoreel maar amoreel (zijn): zo werkt het nu eenmaal in de natuur”. Darwin als oberservator en wetenschapper; niet als nihilist. Helaas is de rest van zijn blog doorspekt met clichés waarin religieuze mensen worden vergeleken met kinderen die nog in Sinterklaas geloven. Uitspraken die weliswaar weerlegging behoeven maar te simplistisch zijn om er tijd aan te spenderen.

Diepzinniger is natuurlijk Spoormakers claim dat de evolutietheorie amoreel is. De evolutietheorie beschrijft een biologisch mechanisme. Maar de logische gevolgtrekking maakt Spoormakers niet: dat natuurwetenschap dus een andere tak van wetenschap is dan bijvoorbeeld theologie, ethiek of filosofie.  Sterker nog: natuurwetenschap doet in haar geheel geen uitspraken over goed en kwaad. Als het dat wel doet overspeelt het haar hand. Militant atheïsme moet niet worden verward met natuurwetenschap, ook al doen veel natuurwetenschappers dat zelf wel. 

Uit het eerder geciteerde taalgebruik van Midas Dekkers merk je namelijk dat de evolutietheorie voor hem en vele andere zelfverklaarde darwinisten heel wat anders is. De evolutietheorie is voor darwinsten verworden tot een dogma, een geloofsstuk. Het een Theorie van Alles geworden. Niet alleen in de natuurwetenschappelijke zin als een naam voor een nog niet bestaande theorie die alle fundamentele theorieën van de natuurkunde moet verbinden (de unificatietheorie waar Einstein in zijn laatste levensjaren naar zocht) maar ook als een naam voor een nog niet bestaande natuurwetenschappelijke theorie voor de grote levensvragen waarin doorgaans alleen religies in antwoorden kunnen voorzien. Dit is natuurwetenschap over haar grenzen: de natuurwetenschap overschat.

Rationeel wetenschappelijk onderzoek heeft de mens in staat gesteld deze wereld in al haar complexiteit beter te begrijpen. De inzichten die dergelijke onderzoek de mensheid heeft verschaft hebben in de loop der eeuwen ons wereldbeeld totaal veranderd. Maar de doorbaak van wetenschap leunde (en leunt nog steeds) op een belangrijke aanname: dat de wereld en de natuurwetten die daar van toepassing zijn met de rede kunnen worden onderzocht en begrepen. Het is een aanname die stoelt op een christelijk wereldbeeld waarin wetenschappers eruit vanuit gingen dat god de wereld volgens rationele regels en constanten had ingericht. Wanneer je immers gelooft dat een opperwezen naar eigen believen en met willekeur de wereld bestiert is dat geen basis waarop je wetenschappelijk onderzoek bouwt. Wat is immers het nut van rationele wetenschap in een wereld vol willekeur? En zo lijkt – oh ironie! – de natuurwetenschap waarmee darwinisten als Midas Dekkers hun atheïsme legitimeren te steunen op een ten diepste christelijk wereldbeeld.

Wetenschap en ook de evolutietheorie zijn dan ook voor veel gelovigen helemaal niet zo aanstootgevend als door veel atheïstische natuurwetenschappers wordt verondersteld. Zo erkende paus Johannes Paulus ll in een verklaring aan de Pontificale Academie van Wetenschappen in 1996 nog steun aan het algemene idee van biologische evolutie. Het rooms-katholicisme heeft sowieso nooit de moeilijkheden gehad met het idee van evolutie die kenmerkend zijn voor het orthodoxe protestantisme. Bovendien is breed geaccepteerd dat de erfelijkheidswetten van Mendel een belangrijke aanvulling vormen op de evolutietheorie van Darwin, zowel in wetenschappelijke kringen als daarbuiten. Niet alleen leent Darwin’s evolutietheorie zich er dus niet voor om als dogma te worden gehanteerd, illustratief in dit verband is ook dat de ontdekker van deze erfelijkheidswetten een Augustijner monnik was die zijn ontdekkingen deed aan de hand van erwtenplanten die hij observeerde op het binnenhof van zijn klooster.

Dat er ook wetenschappers zijn die de problematiek en dialectiek helderder voor ogen staan bewees Stephen Jay Gould. De in 2002 overleden wetenschapper had regelmatig ruzie met Daniel Denett en Richard Dawkins, de laatste heeft met zijn boek ‘God als misvatting’ de onwetenschappelijke clichés die hij met Midas Dekkers deelt,  ongekende populariteit bezorgd. Gould benoemde wetenschap en religie tot elkaar niet-overlappende terreinen (zogenoemde NOMA: Non-Overlapping Magisteria) en maakte dus niet de fout die darwinsten maken wanneer zij met de evolutietheorie de zin van het bestaan (of het gebrek daaraan) proberen aan te tonen.

Tevens zag Gould ondanks (of wellicht juist dankzij) zijn marxistische symphatieën de politieke implicaties van de evolutietheorie en analyseerde voor het eerst in detail hoe een politieke theorie aan de geboortewieg van Darwin’s evolutietheorie had gestaan. Darwin had de kern van zijn evolutieleer ontleend aan het werk van Thomas Malthus, een Brits demograaf, econoom en predikant. In zijn beroemde ‘Essay on the principle of population’ voorspelde Malthus dat bevolkingsgroei de economische groei zou voorblijven. Daarmee introduceerde hij de termen ‘Malthusiaans plafond’ voor de maximale omvang die de bevolking kan bereiken in relatie tot de beschikbare grond en de term ‘Malthusiaanse catastrophe’ voor een verhoogde mortaliteit (lees: een strijd om bestaan met oorlogen, hongersnoden en epidimieën) waarbij de omvang van de bevolking zich weer in evenwicht bracht met de leefruimte en het voedselaanbod.

Zo blijkt naast de christelijke grondslag voor wetenschappelijk onderzoek tevens een politiek getinte hypothese de aanleiding of inspiratie voor Darwin’s evolutietheorie te zijn geweest. Maar als een idee vooraf is gegaan aan het onderzoek is dat zuiver gesteld nauwelijks het predikaat ‘wetenschappelijk’ waard. We komen dan aan bij het verschil tussen rationeel kennen (zoals Darwins wetenschappelijk ‘On the origins’ zou kunnen worden genoemd) en intuïtief kennen, hetgeen vooraf moet zijn gegaan aan Darwins onderzoekingen. Ook Darwin heeft vanuit bepaalde vooronderstellingen gewerkt, zelfs vooronderstellingen die niet wetenschappelijk bewezen waren. Vooronderstellingen die wellicht niet eens wetenschappelijk te bewijzen zijn. Geen enkel zinnig mens zou echter enkel op basis van dat enkele feit durven te stellen dat Darwins bevindingen onzin waren. Toch is een dergelijke reflex voor atheïstische natuurwetenschappers in discussie met zogenaamde creationisten of aanhangers van intelligent design (of alle andere visies welke niet in hun plaatje passen) bijna vanzelfsprekend – en breed geaccepteerd.

En dat terwijl het toch anders kan. Wetenschapsfilosoof Michael Ruse – die zichzelf omschrijft als ’hard-line Darwinian’ - merkte in een uitgelekte e-mail aan eerdergenoemde Dawkins en Dennett op dat zij “hopeloze figuren waren in de strijd tegen Intelligent Design”. “I think that you and Richard (Dawkins) are absolute disasters in the fight against intelligent design – we are losing this battle, not the least of which is the two new supreme court justices who are certainly going to vote to let it into classrooms – what we need is not knee-jerk atheism but serious grappling with the issues – neither of you are willing to study Christianity seriously and to engage with the ideas – it is just plain silly and grotesquely immoral to claim that Christianity is simply a force for evil, as Richard claims – more than this, we are in a fight, and we need to make allies in the fight, not simply alienate everyone of good will” aldus Ruse.

Het is echter de vraag of een ‘liberaal’ Nederland dat Dawkin’s ‘God als misvatting’ bijna verorbert, dergelijke opinies tolereert anno 2009, het jaar van Darwin.

2 reacties

    Ik heb die uitzending van Pauw en Witteman destijds ook gezien en er ook over geblogd. Echte discussie over dit onderwerp is inderdaad schaars, terwijl dat toch juist nodig is om de discussie verder te helpen.
    Aan mensen zoals Midas Dekkers is dat inderdaad niet besteed. Overigens wordt in christelijk Nederland nu de discussie over geloof & wetenschap (en daarmee onvermijdelijk ook over evolutie) opnieuw en met meer openheid gevoerd. Dat gebeurt vooral in christelijke media als CV-Koers en het Nederlands Dagblad (ND), maar er verschijnen ook veel boeken over dit onderwerp. Op de site van het ND zijn veel van de artikelen van de laatste tijd rond dit onderwerp terug te vinden in het dossier ‘Geloof en Wetenschap’: http://www.nd.nl/dossiers/opinieplein/geloof-en-wetenschap

  • Richard Dawkins is tegen religie en niet specifiek tegen het Christendom. Het Christendom heeft ook de “dark ages” gekend. Ik weet dat vele missionarissen en zendelingen heel erg over de scheef zijn gegaan door terrorisme in Afrika te steunen in de jaren zeventig. Dit heeft mijn opinie over het Christendom zeer sterk veranderd.
    De opkomst van de fundamentalisme onder het Christendom geeft mij een onveilig gevoel. We weten wat fundamentalisten doen, in elk geloof.

    Hier onder een uitspraak van Richard Dawkins over 9/11.

    [i]Our leaders have described the recent atrocity with the customary cliche: mindless cowardice. “Mindless” may be a suitable word for the vandalising of a telephone box. It is not helpful for understanding what hit New York on September 11. Those people were not mindless and they were certainly not cowards. On the contrary, they had sufficiently effective minds braced with an insane courage, and it would pay us mightily to understand where that courage came from.
    It came from religion….[/i]

    – Richard Dawkins, “Religion’s Misguided Missiles” (September 15, 2001)

Reageer