Dansen over architectuur

zondag 30 mei 2010

Elvis Costello schijnt eens te hebben gezegd: “Writing about music is like dancing about architecture - it’s a really stupid thing to want to do.” Met andere woorden: muziek is muziek, dat moeten we niet in slechts woorden willen vangen. Woorden doen muziek tekort. Toch doen we het, en het zou van bitterheid getuigen om te stellen dat het schrijven over muziek geheel zonder verdienste is, al legt Costello’s opmerking wel een zwakte bloot. In gebruik van rede bedienen wij ons van taal terwijl we verdomd goed weten dat die taal niet aan al het kenbare uiting kan geven. Het is daarom dat de goede literator wordt geroemd, niet om de hoeveelheid boeken die hij schrijft, maar om zijn vermogen om enkel met woorden diepe menselijke emoties te beschrijven. Aldus is een goed politicus niet iemand die de samenleving het meest rationeel inricht, maar hij die met zijn woorden het diepste wezen van zijn gemeenschap raakt.

Totalitaire ratio, part deux

donderdag 13 mei 2010


Lezer en vriend Alexander van Hattem reageerde op mijn eerdere uitwijding over ‘totalitaire ratio’ waarin ik betoogde dat vooruitgang op het gebied van natuurwetenschappen heeft geleid tot een technocratisch denken in politiek en menswetenschappen. Van Hattem had waarschijnlijk wel een beetje gelijk toen hij mij kritiseerde over het hoge abstracte filosofische gehalte van het artikeltje: “Om de rede te redden danwel te hervinden is het eerst zaak om deze overdenking van een hoog filosofisch abstractieniveau terug te brengen naar de alledaagse werkelijkheid”, aldus Van Hattem. Zelf verwees hij vervolgens naar de introductie en huidige crisis van de euro als het ging om technocratisch gedrag van onze politieke elite; laat ik een duit in het zakje doen door een ander megalomaan Europees project te behandelen: het Europees privaatrecht.

In 1989 en in 1994 heeft het Europees parlement de academische juridische gemeenschap opgeroepen haar expertise in te brengen voor het maken van een Europees Privaatrecht. Waar parlementen historisch gezien een check vormden op de bestuurlijke macht - en daaraan inherent dus wetgevende macht op basis van volksvertegenwoordiging usurpeerden - heeft het Europees Parlement dus reeds twee keer eerder het initiatief voor het creeëren van wetgeving uit handen gegeven.

Aan de oproep van het Europees Parlement is uiteraard gehoor gegeven door de academische Europese juristerij. De Study Group on a European Civil Code en de Acquis Group hebben inmiddels een Draft Common Frame of Reference (DCFR) opgesteld. Een indrukwekkend academisch project, zoveel is zeker. Vooralsnog optioneel recht begrijp ik, al vraag ik me als jurist met privaatrechtelijke focus af of het DCFR ergens daadwerkelijk wordt gebruikt. Het is een typisch geval Professorenrecht wat de opstellers van de DCFR ook hebben beklemtoond. Maar het stuk is evenzeer bedoeld als inspiratiebron voor Europese wetgevers om uit te putten. Inspraak is dus beperkt gebleven tot een zeer kleine minderheid van de Europeanen waarvoor het nieuwe model van privaatrecht is bedoeld.

Professor Jan Smits van de Universiteit Tilburg betoogt echter dat traditionele democratische legitimering niet langer nodig is. Veel wetgeving heeft immers dat karakter niet meer aangezien internationale wet- en regelgeving vaak traditionele democratische nationale wetgeving overruled. Kort door de bocht: de wereld is veranderd en legitimering van wetgeving gebeurd langs andere wegen. Een van die wegen is wat Smits ‘jurisdictional competition’ noemt; een soort concurrentie onder wetten. Is de wet niet naar de wens van gebruikers dan zal zij irrelevant worden, hetgeen ook zou gelden voor de DCFR.

De stellingen van Smits komen me echter te steriel over. Impliciete aanname lijkt te zijn dat de opstellers van de DCFR in een soort wetenschappelijk vacuüm werken en het resultaat van hun werk een geheel objectieve vaststelling is van juridische natuurwetten. Newton was echter geen jurist maar fysicus. Recht, zoals alle menswetenschappen, is niet simpelweg te benaderen op wijzen zoals in de natuurwetenschappen succesvol zijn gebleken. In de humaniora telt de kwalitatieve vraag, het waarom, in tegenstelling tot de natuurwetenschappelijke kwantitatieve vraagn, het hoe. Ook de gebruikers van de DCFR opereren niet in een vacuüm en het privaatrecht raakt ook aan vraagstukken over sociale rechtvaardigheid. Essentiële keuzes zijn derhalve gemaakt door de opstellers van de DCFR welke vooraf onderwerp van publiek debat hadden moeten zijn. Daarmee is het DCFR hoe dan ook een vrij technocratisch stuk geworden, ook al gaan volksvertegenwoordigers er nog zo mee bij hun achterban leuren.

De DCFR is feitelijk top-down opgesteld. De top wordt hier echter niet gepresenteerd door staatshoofden of leiders van multinationals maar door een internationaal gezelschap van academen daartoe uitnodigd door de al zo technocratische Europese Unie. De idee dat één Europese interne markt en monitaire unie kan bestaan tezamen met nationale soevereine staten blijkt derhalve wederom een illusie. Economische machtsvorming is niet los te zien van allerlei andere facetten van het leven en dus van politiek; een enkel economische unie is dan ook illusoir.

Het enige alternatief dat ik zie ik bottom-up. Dat vereist meer dan democratische legitimering van machtshebbers of van beleidsvoorstellen, daar hierboven wel blijkt dat zulks onvoldoende is. Er wordt immers gescheiden wat bij elkaar hoort - de kosmos is gebroken. Het menselijk leven laat zich nu eenmaal niet sturen als een natuurwetenschappelijk experiment.


Volgens Thomas von der Dunk jr., dorpsgek van intellectueel links Nederland, is het neoliberalisme verwant aan het Stalinisme. “Net zo min als fanatieke fascisten zich door Auschwitz of dito commu­nisten zich door de Goelag van de wijs laten brengen, geldt dat ook voor de intellectuele fellow-travellers van het flitskapitaal, die eveneens alles goed­praten met het argument dat je zonder eieren te breken nu eenmaal geen omelet kunt bakken”, aldus Von der Dunk.

Wat Von der Dunk eigenlijk onder neoliberalisme verstaat blijft vaag. Het blijft een aaneenschakeling van clichés over graaiende topmannen; hetgeen niet mag verbazen van een columnist die een fatsoenlijke samenleving definieert als “een goed wer­kende tussenpositie halverwege staatsalmacht en kapitaal­sal­macht”.

Kritiek op het neoliberalisme heb ik ook, al is het van geheel andere aard. Het neoliberalisme pleegt juist verraad ten aanzien van haar kapitalistische wortels. Neoliberalisme hetzelfde als stalinisme? Jazeker, maar niet door een teveel aan kapitalistische neigingen zoals Von der Dunk betoogd. Er is juist een schrijnend gebrek aan gezonde kapitalistische stellingnames.

Kapitalisme kent zijn fundament in het eigendomsrecht. Juist het eigendomsrecht waarborgt een stabiele en welvarende samenleving; al in de prehistorie ontwaren we een koppeling tussen eigendom van land, religie, traditie en bijbehorend respect voor voorvaderen. Het was ook juist dat eigendomsrecht waartegen Marx ageerde met zijn historisch materialisme: het eigendomsrecht niet langer als een natuurlijk recht op goederen maar als onderdeel van een onderdrukkend systeem.

Marx’ gedachtegoed begroet ik altijd met de nodige ironie. Zijn analyses kunnen soms op mijn instemming rekenen; zijn oplossingen nooit. Marx constateert terecht dat er vervreemding plaatsvindt tussen arbeider en het product. Locke constateerde eerder - mijn inziens terecht - dat in de natuurtoestand van de mens het gebruikscommunisme van goederen wordt verlaten op het moment dat iemand persoonlijke arbeid vermengt met het goed. Marx’ vervreemdingstheorie duidde aldus op het gebrek aan bescherming van dit natuurlijke eigendomsrecht. Marx zag uiteindelijk daarin historisch materialisme en de noodzaak voor communisme; juister was het geweest als hij de bres op was gegaan voor het eigendomsrecht - ook voor arbeiders.

Nu mag het neoliberalisme de naam hebben een overtreffende trap van regulier kapitalisme te zijn, in feite laat het juist het fundament van eigendomsrecht los. Neoliberalisme heeft ook nooit echt iets te maken gehad met burgerlijke vrijheden alswel met de vraagstuk van meest optimale inrichting van de markt. Bekend staan neoliberalen daarom om hun pleidooi voor het afstoten van overheidstaken. Maar de meest efficiënte inrichting van de markt staat niet per definitie gelijk aan een markt waarin het eigendomsrecht een beschermd en verankerd recht is. In tegenstelling zelfs.

Een methode om meer efficiëntie en rendement te behalen is schaalvergroting; een methode die dan ook veel wordt toegepast. Zeggenschap - een uitvloeisel van eigendomsrecht - verdwijnt daarmee echter. Tekenend daarvoor zijn de pensioenfondsen welke in theorie weliswaar grote rendementen kunnen halen maar waarbij feitelijk mensen geen inspraak meer hebben over hun ingelegde kapitaal. Het securitiseren van hypotheken - een van de oorzaken van de huidige financiële crisis - is ook een voorbeeld: het zorgt voor nieuwe investeringskansen maar op een volledig van de werkelijkheid losgezongen manier waardoor ook hier eigendomsrechten in het gedrang komen. De rol van de overheid onder invloed van de neoliberale theorie (feitelijk veel meer een soort derde weg tussen liberalisme en socialisme) werkt daarbij helaas als katalysator.

Als socialisten als Von der Dunk nu eens doorpakten op de vervreemdingstheorie van Marx zouden zij wellicht ook nog eens echte en rechtvaardige oplossingen kunnen aandragen voor de economische crisis. Helaas is het Hollandse socialisme veeleer een socialisme van de kinnesinne en vitten de Von der Dunk’s liever op goedbetaalde topmannen dan hun - en daarmee eenieders - eigendomsrecht te verdedigen.

Totalitaire ratio

maandag 10 mei 2010


In zijn natuurtoestand is de mens op zijn minst nog een met rede begiftigd dier. Gebruik van de rede - rationaliteit - heeft vanaf die vroegste, in nevelen gehulde tijd dan ook in de Westerse cultuurgeschiedenis een centrale plek ingenomen. Van de eerste Griekse natuurfilosofen en de rationele zoektocht naar etische beginselen door Socrates naar de Christelijke synthese van Griekse wijsgerigheid en de Nieuw Testamentische boodschap van Christus welke haar hoogepunt beleefde in Thomas’ Summa Theologica tot aan het “Sapere aude!” van Immanuel Kant.

Met met Kant’s adagium begon echter ook de afbraak. Het Westerse denkraam waarin spiritualiteit en rede hand in hang gingen - de kosmos - verkruimelde. Wat nog slechts restte was een wereldbeeld op basis van puur kwantitatieve natuurkundige beginselen, aangestuurd door de massa op basis van het nationale volkssoevereiniteit.

Inmiddels wordt de natiestaat gepasseerd door inter-, trans- en supranationale organisaties en bijbehorende wetgeving incluis. De demos heeft het ook afgelegd tegen de eenzijdige toepassing van de rede. Rationaliteit is niet langer een natuurlijke eigenschap van mensen maar een voorrecht welke is voorbehouden aan de elite. Alle fenomenen waarop die elite geen grip heeft - die niet in het kwantitatieve kader van wetenschappenlijke vakkenis en vakjargon passen - worden gedegradeerd tot volkse onderbuikgevoelens en boerse achterlijkheid.

Wetten komen niet langer tot stand door wilsverklaring van vrije mensen maar worden opgelegd door ongrijpbare instituten op basis van technocratische beginselen. De rede - juist die oorspronkelijke bron van vrijheid en kennis voor de mens - is verworden tot een instrument van een totalitaire intelligentsia. Hoe haar te redden? Hoe de kosmos te herstellen, nee, te hervinden?


Als minister-president Balkenende zou aftreden vanwege de Nederlandse politieke steun aan de Irakoorlog van 2003 zou Frits Bolkestein dat een goede zaak vinden. Er was geen ‘casus belli’ en derhalve geen reden voor ‘bellum’. In weerwil van sommige commentatoren meen ik echter dat Bolkestein daarin gelijk heeft. Lees verder…


Als één onderwerp de discussies rondom Prinsjesdag domineerde, dan was het wel het twintigtal ambtelijke commissies dat het kabinet wil inzetten om te studeren op allerhande bezuinigingsmaatregelen. De oppositiepartijen voelden zich - terecht - buiten spel gezet. Pechtold, Rutte en Halsema waren niet bij de interruptiemicrofoon weg te slaan. Vraag is natuurlijk wel of zij het dan wel anders hadden gedaan. Een politiek die zich vrijwel enkel bezighoudt met economische vraagstukken is per definitie een politiek die meent op basis van rationaliteit te werken - dat typeert onze vaderlandse politiek. Kan een dergelijke politiek wel zonder ambtelijke commissies? Lees verder…

Tot ideaal vervallen

vrijdag 11 september 2009


Is het huwelijk enkel een contract? Velen menen van wel, anderen vrezen daar juist voor. Mr. Ter Heide, rechter te Arnhem, meent echter dat het nog minder is dan dat. Een praktijkcasus van de degeneratie van het huwelijk. Lees verder…

Geest van het liberalisme

donderdag 13 augustus 2009

Is het liberalisme van D66′er Boris van der Ham fout liberalisme? En dat van VVD’er Joshua Livestro goed liberalisme? De vrienden van De Dagelijkse Standaard zijn er nog niet helemaal uit. Wat zegt het over de eigen beginselen als een loot van dezelfde boom zo radicaal afwijkt? Kunnen we eigenlijk nog wel spreken over het liberalisme als een vrijheidsideaal nu het uitgekristalliseerd tot een totalitaire ideologie? Lees verder…


Hoe de problematiek van islam en massa-immigratie te lijf gaan? Bart Jan Spruyt roept op tot een “constitutioneel patriottisme”. Wat dat is, blijft vaag. Zulks is inherent aan de oplossing omdat een weerbare cultuur niet vanuit Den Haag kan worden opgelegd. Triest is het wel: het maakbaarheidsdenken is ook aan de rechterkant van het politieke spectrum binnengeslopen. Lees verder…

Medewerker voor Bitterlemon

zondag 12 juli 2009


Al geruime tijd is dit weblog niet geupdate maar niettemin mocht mijn bescheiden webstek zich de afgelopen maanden zich op meer dan tweehonderd unieke bezoekers per dag verheugen. Het is dus tijd dat ik de armen weer uit de mouwen steek. Maar voordat ik dat doe, wil ik u op de hoogte stellen van het feit dat ik als medewerker ben verbonden aan de nieuwe Bitterlemon. Ik voeg mij daar tussen enkele van mijn meest favoriete bloggers en hoewel mijn bijdragen tot op heden bescheiden zijn geweest, heb ik de hoop niet onder te doen voor deze zeer bekwame geesten. De essays die ik schrijf voor Bitterlemon zullen ook op dit blog verschijnen mijn kortere en meer alledaagse bijdragen zullen enkel daar te vinden zijn.